Persoonsgegevens
| Voornaam | Albert |
| Initialen | A. |
| Achternaam | Keuter |
| Geslacht | Man |
| Leeftijd | 51 |
| Beroep | Doopsgezind predikant |
| Geboren | 7 januari 1892 in Blokzijl |
| Overleden | 9 maart 1945 in Bergen-Belsen |
| Reden arrestatie | Verzetswerk |
| Gearresteerd op | 4 januari 1944 |
Oranjehotel
| Datum in Oranjehotel | 4 januari 1944 |
| Oranjehotel verlaten | 6 september 1944 |
| Cel(len) | 533 |
| Vervolg | Vught Sachsenhausen Bergen-Belsen |
| Bijzonderheden | Hij was een sterke persoonlijkheid, geestelijk niet te breken en door zijn medegevangenen bemind en vereerd (zie doodenboeken Oranjehotel). |
Categorieën
VerzetsactiviteitenArchief van het NRK (Nationaal Archief, Den Haag)
Ingezonden verhalen over Albert Keuter
Op 4 januari 1944 werd ds. Albert Keuter op het station in Meppel gevangen genomen. Zijn jongste zoon wachtte hem daar op met twee fietsen. Keuter was op weg naar De Wijk, waar zijn vrouw woonde, nadat de Keuters vanwege de bouw van de Atlantikwall uit hun huis waren gezet. Ze zouden er zijn verjaardag vieren. vrijwel tezelfdertijd werd ook zijn oudste zoon BarendKlaas (‘Jos’) in Amsterdam gevangen genomen. Keuter had zich in de ruim vijftien jaar, dat hij de Haagse gemeente diende, zeer bemind gemaakt vanwege zijn zorgvuldige pastoraat en onopgesmukte preken. Zijn oudere collega Wuite merkte in 1938 tijdens zijn eigen afscheid op, ‘dat Keuter in zijn preeken dingen zeide, waarvoor men zijn pink zou willen geven om ze zelf gezegd te hebben.’ Keuter en zijn zoon waren beiden betrokken bij de zogenaamde Ter Galestingroep, die neergeschoten geallieerde piloten hielp ontsnappen naar Frankrijk en Spanje. Waarschijnlijk heeft Keuter ook Joodse medeburgers geholpen. Postuum zou hij voor dat alles op 7 mei 1946 het Verzetskruis krijgen. Natuurlijk was de hele gemeente snel op de hoogte van de gevangenneming van deze buitengewoon geliefde predikant. Ds. Menno Huizinga verving hem in diens eerste kerkdienst na zijn gevangenneming en kwam daartoe over uit Velp. In de kerkenraadsvergadering van 21 januari 1944 sprak de voorzitter ‘de hoop uit, dat Ds. Keuter de zware tijd die voor hem ligt, tot het einde toe zal kunnen dragen. Ds. Keuter is nu niet in staat de geestelijke leiding van onze gemeente op zich te nemen.’ Wat moest in het mededelingenblad worden vermeld over de afwezigheid van Keuter, vroeg Meihuizen? ‘Besloten wordt om te zeggen, dat hij door omstandigheden niet te bereiken is en dat zijn werk door Ds. Meihuizen wordt overgenomen.’
Gescheiden van elkaar zaten Keuter en zijn zoon eerst vier maanden gevangen in Scheveningen. Vanuit die gevangenis ontving Keuters collega Meihuizen op een dag een in zeer kleine reepjes gevouwen papiertje, met daarop de door Keuter geschreven woorden: ‘Zelf voel ik mij goed. Behandeling goed,alleen voeding te weinig. Mag niets schrijven, zit geheel alleen. Jij hebt het nu niet gemakkelijk, maar ik kan er niets aan doen. In die gevangenis kon hij, Einzelhäftling van cel 533, via een klein gat in de muur contact zoeken met medegevangenen in de naastgelegen cel, hen troosten en zelfs preken; zijn preekschetsen werden vervolgens van cel tot cel doorgegeven. Ook in Vught, waar hij met zijn zoon verenigd werd, kon hij gedurende drie maanden geestelijke arbeid doen. Op 6 september 1944, een dag na Dolle Dinsdag, werden alle gevangenen uit Vught in veewagens getransporteerd naar het concentratiekamp Sachsenhausen. Zes weken lang deelde Keuter daar een brits met zijn college André du Croix. Ook daar was hij ‘de gelovige realist, die hij altijd geweest is, en was [hij] velen tot steun’,53 al werd hij zwakker en zwakker. Toen de Russische legers naderden, werd Sachsenhausen ontruimd; Een groep dopelingen op Palmzondag 1943, met ds. Keuter in het midden. Staande, 7e van links: Annemarie Schoo (foto: Familiearchief Degenaar-Schoo).
‘Keuter en de zijnen verdwenen in de hel van Bergen-Belsen.’ Zijn zoon Barend Klaas Keuter overleed op 5 maart 1945 in Bergen-Belsen aan vlektyfus, zijn vader Albert op 9 maart, een dag voordat zijn collega André du Croix daar stierf. Men hield zelfs tot juni 1945 hoop dat ds. Keuter terug zou keren. Toch werd naast Meihuizen al snel een nieuwe predikant beroepen. In een tweede briefje, dat uit de Scheveningse gevangenis was gesmokkeld, had Keuter zijn nieuwe collega zelfs geluk gewenst.55 Oepke Trinus Hylkema (1926-1988) begon zijn werkzaamheden reeds op 1 april 1944. Ook Hylkema hield zich met verzetswerk bezig.56 Op 1 juli 1945 leidde Meihuizen een dienst ter gedachtenis aan zijn collega Keuter. Zijn toen gehouden preek, die als tekstwoord droeg Psalm 90:16a, ‘Laat Uw werk aan Uwe knechten gezien worden’, werd door de kerkenraad uitgegeven.57 Meihuizen schreef in het daaropvolgende jaar ook een boekje ter herinnering aan hem, Een dader des Woords: in memoriam ds. Albert Keuter.
https://assets.ctfassets.net/4wrp2um278k7/6wC5xScWSZM4j41t4rR9uG/29a8104480cadb3f915eab1ea64663ee/DB_41-2015.pdf
Verhaal insturen
U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.
Account / aanmelden
Foto insturen
U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.
Account / aanmelden
Wijzigingen doorgeven
U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.
Account / aanmelden

