Harm Veldman

Persoonsgegevens

VoornaamHarm
InitialenH.
AchternaamVeldman
GeslachtMan
Leeftijd25
BeroepArts
WoonplaatsAmsterdam
Geboren12 oktober 1917 in Groningen
Overleden16 april 1945 in Mittelbau-Dora

Gearresteerd inAmsterdam
Gearresteerd op14 augustus 1943

Oranjehotel

Datum in Oranjehotel16 augustus 1943
Oranjehotel verlaten8 september 1943
Cel(len)449
VervolgVrijgelaten
BijzonderhedenHarm Veldman is na zijn vrijlating nogmaals gearresteerd na verraad. Dit was op 1 augustus 1944 in Amsterdam. Uiteindelijk is hij net na de bevrijding van kamp Mittelbau-Dora overleden.

Categorieën

Verzetsactiviteiten
 
Bron(nen):
Archief van het NRK (Nationaal Archief te Den Haag)
Oorlogsgravenstichting.nl

Ingezonden verhalen over Harm Veldman

Ingestuurd door Joost Trouw op 27 juli 2025

Harm Veldman bezocht de hbs en begon in 1935 medicijnen te studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later werd hij gevraagd te komen werken in het instituut voor fysiologische chemie aan de universiteit als assistent van prof. B.C.P. Jansen en dr. H.G.K. Westenbrink. Laatstgenoemde zou zich na de oorlog herinneren dat de studie geneeskunde niet de voorkeur van Veldman had genoten, hij zou aan de studie zijn begonnen om een studiebeurs te bemachtigen. Toch deed hij ook nog kandidaats- en doctoraalexamen geneeskunde en kon hij opgaan voor het artsexamen. Om zich verder te bekwamen in chemie liet hij zich op 20 maart 1942 ook inschrijven bij de Vrije Universiteit. In april 1943, kort voor zijn kandidaatsexamen, onderbrak hij de chemiestudie en wijdde zich geheel aan onderzoek in het laboratorium van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. In de jaren 1940- 1943 publiceerde hij met anderen, onder wie Westenbrink, artikelen over onder meer vitamines, enzymen en proteïne in het Chemisch Weekblad en het Tijdschrift voor Geneeskunde. Zijn chef Westenbrink schetste na de oorlog een levendig beeld van zijn assistent. ‘Tusschen al deze examen-studie door dreef hem zijn levendige natuur, zijn rusteloosheid, die sprak uit de tinteling van zijn donkere oogen, uit zijn gloeiend betoog, uit de wijze waarop hij in het laboratorium rondsnelde, tot voortdurend nieuwen experimenteelen arbeid.’ Volgens Westenbrink was Veldman veeleer een man van flitsende inzichten en grote lijnen dan van het detail. Veldman was op 1 oktober 1942 getrouwd met zijn schoolvriendin Maria (‘Rietje’) Kronemeyer. Het echtpaar woonde enige tijd in bij zijn ouders in de Sportstraat maar ging uiteindelijk wonen in een bovenhuis op de Nieuwe Keizersgracht 73. Uit het huwelijk werd op 10 september 1944 Ilja Veldman geboren, de latere hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. Veldman zou zijn dochter niet zien opgroeien: ze werd zes weken na zijn arrestatie en internering in Vught geboren. Harm Veldman had zich namelijk vrijwel meteen na de Duitse bezetting in mei 1940 bij het verzet aangesloten. In 1942 verzette hij zich tegen de ariërverklaring die toen ook aan studenten werd voorgelegd. Veldman weigerde te tekenen en staakte noodgedwongen zijn studie. Hij concentreerde zich op zijn werk in het laboratorium van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, dat voor hem tevens een plek werd van waaruit hij zijn verzetsactiviteiten ontwikkelde. 292 Hij werkte (onder de schuilnaam ‘Flip’) voor de verzetsgroep pbc (‘Persoonsbewijscentrale’), in de zomer van 1942 opgericht door kunstenaar en verzetsman Gerrit van der Veen, waarbij ook drukker Frans Duwaer betrokken was, evenals Veldmans vrouw Rietje. Veldman was middels het fabriceren van brandbommen ook actief voor cs6, genoemd naar Corellistraat 6 in Amsterdam, een verzetsgroep die was opgericht met de bedoeling de bezetter met aanslagen op vooraanstaande nazi’s en collaborateurs te treffen. Hij was bovendien actief voor het illegale studententijdschrift De Vrije Katheder. Bulletin ter verdediging van de universiteiten, waar hij bij betrokken was geraakt door zijn vriend Bertus Willebrands, een van de oprichters van het tijdschrift dat na de oorlog enkele jaren zou fungeren als een links platvorm en dat sterk sympathiseerde met het communisme. Hij schreef er verscheidene artikelen voor waaruit een bijzondere belangstelling sprak voor beeldende kunst. Op 14 augustus 1943 ging het mis. De Duitsers waren er via een dagboek van een van zijn studenten in het laboratorium achter gekomen dat Veldman actief was in de illegaliteit. Bij de inval troffen ze de Joodse scheikundige en collega in het laboratorium, Alexander van Bever aan, die bij de Veldmans was ondergedoken nadat zijn ouders waren gearresteerd. Terwijl Van Bever naar kamp Westerbork werd getransporteerd en vandaar naar de vernietigingskampen, werd Veldman overgebracht naar het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen. Veldman kwam vrij dankzij zijn vrouw die naar de gevangenis kwam. In haar dagboek vroeg Maria Kronemeyer zich af of de vrijlating te maken had met haar jonge en knappe verschijning: ‘Had hij medelijden met mij gehad of was hij sentimenteel geweest omdat ik zo jong was en er aardig uitzag?’ Veldmans vrijheid was van tijdelijke duur. Op 1 augustus 1944 werd hij opnieuw gearresteerd. Veldman werd als gevolg van verraad aangehouden in café Oosterling op het Frederiksplein. Via de Euterpestraat (het hoofdkwartier van de sd in Amsterdam) ging hij naar de Koepelgevangenis in Arnhem en vandaar naar Vught. Dat was zijn laatste verblijfplaats in Nederland voordat begin september 1944 Veldmans lijdensweg begon in Duitsland. Eerst naar Sachsenhausen, waar Veldman deel uitmaakte van het zogenoemde ‘Kartoffelkommando’ dat in hoog tempo aardappels moest rooien. Medegevangene F. Schiebelhout zou in 1948 in een brief aan weduwe Maria Kronemeyer getuigen: ‘De omstandigheden waaronder daar gewerkt werd waren onmenselijk.’ De gevangenen moesten achter aardappelrooimachines lopen en de aardappels in hoog tempo in zakken doen, een uitputtend werk waarvan velen na lange dagen uitgeput terugkwamen in het kamp. Na Sachsenhausen werd Veldman overgebracht naar het beruchte Gross-Rosen (in het huidige Polen). Met de nadering van het Rode Leger werden de gevangenen in een helse tocht en in bittere kou gedurende zes dagen getransporteerd naar Nordhausen, waar het kamp Mittelbau-Dora lag, een kamp ten zuiden van het Harz-gebergte in het midden van Duitsland. Volgens medegevangene Schiebelhout lagen in een van de andere auto’s, waarmee de gevangenen in Nordhausen arriveerden, veertien lijken op elkaar gestapeld. Veldman leed aan zware diarree, maar die kon tijdelijk gestopt worden doordat hij dysenterietabletten bij zich had uit Gross-Rosen. Maar de medicijnen zou- 293 den uiteindelijk niet baten. Volgens Schiebelhout wist Veldman dat hij vanwege slechte longen ten dode was opgeschreven. Harm Veldman stierf op 16 april 1945 aan longtuberculose en dysenterie, enkele dagen nadat het kamp door de Amerikanen was bevrijd. Schiebelhout, die de oorlog wel overleefde, schreef weduwe Maria Kronemeyer in 1948: ‘Moge het U en Uw familie en de familie van Flip [sic] Veldman een kleine troost zijn te weten, dat hij met z’n leven heeft bijgedragen te voorkomen dat wij levenden voor generaties, bespaard zijn gebleven, te moeten leven onder een Duits regiem, hetwelk ieder begrip van menselijkheid vreemd was.’ Harm Veldman werd begraven in een massagraf op het Ehrenfriedhof in Nordhausen.

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Account / aanmelden

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Account / aanmelden

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Account / aanmelden

Een andere gevangene zoeken