Edward Arnold van der Harst

Persoonsgegevens

VoornaamEddy
InitialenE.A.
Achternaamvan der Harst
GeslachtMan
Leeftijd22
BeroepStudent
Geboren3 november 1918 in Singapore.

Reden arrestatiebetrokken bij relletjes in deze straat
Gearresteerd inFahrenheitstraat te 's Gravenhage
Gearresteerd op3 november 1940

Oranjehotel

Datum in Oranjehotel3 november 1940
Oranjehotel verlaten1 februari 1941
VervolgVrijgelaten
BijzonderhedenEdward Arnold ("Eddy") van der Harst werkte samen met Nico Rijsdijk uit Zwijndrecht en Derk van Lingen uit Oegstgeest.

 

Ingezonden verhalen over Edward Arnold van der Harst

Ingestuurd door Nationaal Monument Oranjehotel op 07 september 2021

Dit verhaal is ingestuurd door Prof. dr. W.M.A. Kalkman.

EDWARD ARNOLD (“EDDY”) VAN DER HARST ging na het behalen van zijn eindexamen H.B.S. in 1940, studeren in Leiden.

Samen met Nico Rijsdijk (1919-1942) uit Zwijndrecht vormde hij een ondergrondse organisatie om Engelse soldaten die na juni 1940 in Noord-Frankrijk achtergebleven waren, naar Engeland te helpen ontvluchten. Eddy van der Harst stond daarnaast in contact met Derk van Lingen (1895-1954 – zie zijn verhaal op deze website), “een plaatselijke leider van een organisatie voor Leiden en omstreken”. Rijsdijk en Van der Harst wilden samen met Van Lingen “een soort van internationale organisatie [..] vormen met de Belgen en Franschen, om Nederlanders naar Engeland te helpen”.

Eddy werd op 3 november 1940 gearresteerd na relletjes in de Fahrenheitstraat in Den Haag, waarbij hij, samen met Delftse en Leidse studenten, NSB’ers belaagden. Hij werd na zijn arrestatie overgebracht naar het Oranjehotel en opgesloten in cel 369.

Op 1 december 1940 werd hij voor het eerst verhoord. De verhoren vonden plaats op Binnenhof 7, kamer 23. Hierover verklaarde hij: “Op 1 December 1940 werd ik ’s middags uit mijn cel gehaald door 2 Gestapo agenten en onder hun geleide per auto naar het Binnenhof gebracht. Onderweg bemerkte ik dat mijn begeleiders enigszins onder de invloed van alcohol waren. Het verhoor, dat hoofdzakelijk in het Duitsch werd afgenomen, begon als volgt: Ter Horst, beken nu maar, want we weten alles van je. Ik gaf toen ten antwoord, dat mijn naam niet Ter Horst was, doch van der Harst (n.b. [Nicolas] Ter Horst zat in het “Oranje Hotel” in een cel vlak bij de mijne [cel 640]). Dit antwoord beviel hun niet en ze drongen er nogmaals op aan om te bekennen, waarbij ik eenige stompen te incasseeren kreeg. Toen dit echter niet hielp, werden mijn handen voor mij vastgebonden. Vervolgens werd een doek in mijn mond gedrukt, terwijl een andere doek onder mijn kin werd doorgehaald, welke op mijn hoofd met behulp van een stok werd “aangehaald”. Deze methode is afdoende om elk geluid te smoren. Ik werd hierna op mijn buik gelegd op een lange tafel, waarna ik met een rottan stok werd bewerkt totdat ik bond en blauw was. Hierna werd ik teruggebracht naar het Oranje Hotel. Den volgenden dag werd ik weer voorgeleid en geconfronteerd met Ter Horst. De Gestapo agenten konden toen vaststellen, dat ik inderdaad van der Harst was. Ik werd zonder eenige verontschuldiging hunnerzijds teruggebracht naar het “Oranje Hotel”.

Eddy deelde zijn cel in het Oranjehotel enige tijd met Frans Rietveld (1904-1941), die zich had aangesloten bij de Geuzengroep rond Bernardus IJzerdraat. Rietveld was op 29 november 1940 gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel. Eddy verklaarde over Rietveld later: “Eerst na langdurige verhooren door de Gestapo, waarbij hij veelvuldig half dood werd geranseld, heeft hij bekend.” […]“ Zoo’n verhoor begon meestal op de gewone wijze. Kregen ze antwoorden, die niet naar hun zin waren, dan begonnen zij er op los te slaan. Tijdens mijn verblijf in het “Oranje Hotel” heb ik vele lieden van verhoor zien terugkomen minus eenige tanden en kiezen, met gebroken ribben, hersenschuddingen enz. enz. Vaak begon zoo’n verhoor om 7 uur des avonds tot een uur of 9 des morgens. De slachtoffers kwamen dan meer dood dan levend in hun cel terug. Mijn celgenoot Rietveld werd eens volkomen opengeslagen in de cel teruggebracht. Ik heb hem 3 dagen moeten verplegen, voordat hij weer behoorlijk bij kennis was. [...]" Na zijn ter dood veroordeling in het Geuzenproces op 4 maart 1941 werd Rietveld op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd, samen met veertien andere 'Geuzen' en drie deelnemers aan de Februaristaking. Frans Rietveld is één van de achttien uit het gedicht "Het lied der achttien dooden" van Jan Campert.

Op 1 februari 1941 werd Eddy vrijgelaten, nadat hij eerst had moeten verklaren dat hij niets meer tegen het Duitse gezag zou ondernemen. Van der Harst ging echter gewoon door met zijn illegale werkzaamheden. Die bleven voor de Duitsers niet onopgemerkt.

De Sicherheitsdienst/Sipo was al medio 1941 verschillende keren onaangekondigd op zijn kamer in Leiden geweest en bij zijn vader in Voorburg. Steeds was Eddy niet aanwezig. Zijn vader adviseerde Eddy zelf maar contact op te nemen met Sicherheitsdienst/Sipo. Tijdens het daaropvolgende telefoongesprek werd hem meegedeeld dat hij zich binnen een uur bij de Sicherheitsdienst/Sipo moest melden. Eddy besloot dat niet te doen: “Gezien mijn ervaring met de moffen, leek het mij veiliger, dit niet te doen. Ik besloot mij voor eenigen tijd schuil te houden”. Eddy ging vervolgens snel naar Derk van Lingen, die in het “Witte Huis” in Oegstgeest woonde. Van Lingen gaf hem geld en een fiets, waarna Eddy naar Klaas den Dikken (1919-1943) in Katwijk aan Zee ging. Klaas bracht Eddy onder bij Gerard Brouwer (1912-1943), winkelier in manufacturen in de Jan Tooropstraat in Katwijk aan Zee. Daar heeft hij enige tijd ondergedoken gezeten. Daarna ging hij naar zeven verschillende onderduikadressen verspreid over het land. In totaal verbleef hij ongeveer negen maanden op deze adressen. Via “de rode” dominee Marie Cornelis van Wijhe (1881-1953) uit Vught, kwam Eddy ten slotte terecht bij boer Willem Smeets, bewoner van boerderij De Muggehof aan de Schansweg in het Zuid-Limburgse Laag Caestert. Smeets en zijn zoon hebben Eddy op 15 maart 1942 de grens naar België helpen oversteken. De Engelandvaarderstocht was begonnen. Via een tocht vol ontberingen in Frankrijk, ging hij via Spanje, Portugal, Curaçao, De Verenigde Staten en Canada naar Engeland. Hij arriveerde daar op 17 december 1942. Bij besluit van 25 februari 1943 ontving Eddy het Kruis van Verdienste in Londen.

In de tijd dat Eddy ondergedoken zat, waren de Duitsers op zoek naar hem. Hierbij schakelden zij ook Dick ten Cate Brouwer in. Deze was na zijn vrijlating uit het Oranjehotel op 23 juli 1941 als informant voor de Duitsers gaan werken. In november 1941 ging Dick naar de broer van Eddy, Leendert Cornelis Abraham van der Harst (1914-1998), waarbij hij zich voordeed als een goede vriend van Eddy. Leendert studeerde in Utrecht en zat op kamers aan de Oude Gracht. Hij vertelde Leendert dat hij bij gerucht vernomen had, dat Nico Rijsdijk, die op dat moment in het Oranjehotel zat, zou worden vrijgelaten om Eddy op te sporen en aan de Sicherheitsdienst/Sipo uit te leveren.

Hij deed Leendert het voorstel om Nico Rijsdijk na vrijlating op te sporen en te liquideren. Om te bespreken hoe de liquidatie van Van Rijsdijk ten uitvoer gelegd moest worden, wilde Dick eerst een vergadering beleggen, waarbij Eddy ook aanwezig moest zijn. Hij stelde voor om de vergadering te houden in de koffiekamer van het Centraal-Station te Amsterdam, aangezien die koffiekamer verschillende uitgangen had. Leendert sprak met Ten Cate Brouwer af, dat hij, als hij zijn broer kon bereiken, een paar dagen later op een afgesproken tijdstip met hem in de koffiekamer van het Centraal Station te Amsterdam zou verschijnen.

Leendert overlegde met zijn vader. Beide vertrouwden het verhaal van Ten Cate Brouwer niet. Op de afgesproken dag ging Leendert alleen naar het Centraal-Station in Amsterdam.

Hij ging er een uur vroeger naar toe, om poolshoogte te nemen en om te zien of er mogelijk verraad in het spel was. Alles leek rustig.

Ten Cate Brouwer kwam op het afgesproken tijdstip met de trein vanuit Leiden. Hij was erg teleurgesteld toen hij merkte dat Leendert alleen gekomen was. Hij probeerde het gesprek met hem kort te houden en snel weg te gaan. Leendert bleef echter in de buurt van ten Cate Brouwer. Bij het afdalen van de trappen bij het perron werd Dick aangesproken door een persoon in burger, die hij duidelijk kende en die, naar later zou blijken, een lid van de Sicherheitsdienst/Sipo bleek te zijn. Samen liepen zij naar de hal van het station, waar meer personen in burger van de Sicherheitsdienst/Sipo tevoorschijn kwamen. Er bleek sprake te zijn van een valstrik om Eddy te kunnen arresteren. In een gereedstaande auto werden Leendert en Dick naar het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst/Sipo aan het Binnenhof in Den Haag overgebracht, waar zij van elkaar gescheiden werden en Leendert werd verhoord over de verblijfplaats van zijn broer Eddy. Ook de vader van Leendert werd voor verhoor opgeroepen. Beiden ontkenden iets te weten over de verblijfplaats van Eddy. Nog diezelfde avond konden zij weer naar huis. Zij hebben daarna niets meer van Ten Cate Brouwer en van de kwestie gehoord.

Eddy van der Harst overleefde de oorlog. Na zijn aankomst in Engeland op 17 december 1942 werd hij eerst verhoord door de Britse contraspionage- en veiligheidsdiensten MI 5/MI 19 in de Royal Victoria Patriotic School in Wandsworth (Zuid-Londen) en daarna door de Nederlandse veiligheidsdienst in Londen, de zogeheten Politie-Buitendienst. Tijdens dat laatste verhoor op 16 januari 1943 verklaarde Eddy dat Dick ten Cate Brouwer de verzetsgroep had verraden waarin Klaas den Dikken en Hella ten Cate Brouwer hadden gezeten.

Nico Rijsdijk werd op 31 juli 1942 in Amsterdam gefusilleerd. Ook de Katwijkse winkelier Gerard Brouwer, die Eddy langere tijd onderdak had geboden, overleefde de oorlog niet. Hij werd op 16 maart 1942 in Katwijk aan Zee gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel. Na een veroordeling tot levenslange gevangenisstraf door de Duitse militaire rechter, werd Brouwer eind augustus 1942 vanuit de Kriegswehrmachtsgefängnis in Utrecht overgebracht naar de gevangenis van Rheinbach in Duitsland, waar hij op 6 april 1943 overleed.

Eddy van der Harst overleed in 1993.

Prof. dr. W.M.A. Kalkman
wolak@ziggo.nl

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Account / aanmelden

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Account / aanmelden

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Account / aanmelden

Een andere gevangene zoeken