Johannes Hendrik Westerveld

Persoonsgegevens

VoornaamJohan
InitialenJ.H.
AchternaamWesterveld
GeslachtMan
BeroepBedrijfsleider/Lid van verzet
Geboren21 augustus 1880 in Haarlem.
Overleden3 mei 1942 in Oraniënburg, Sachsenhausen.

Gearresteerd op3 april 1941

Oranjehotel

Datum in Oranjehotel3 april 1941
Oranjehotel verlaten5 september 1941
VonnisTer dood veroordeeld
VervolgAmersfoort, Sachsenhausen
Bijzonderheden1ste OD-proces (Westerveld)
Johan was initiatiefnemer voor de Ordedienst, zoals deze van najaar 1940 tot 1942 bestond.

 

Ingezonden verhalen over Johannes Hendrik Westerveld

Geschreven door Jacqueline 't Hart op 17 februari 2022

Was militair tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Hij was tevens oprichter van de Ordedienst.
Hij was aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda opgeleid tot beroepsofficier bij het Wapen der Artillerie, waar hij op 1 augustus 1901 werd benoemd tot tweede luitenant. Later vervulde hij onder meer de functie van Commandant School Reserve-Officieren Bereden Artillerie (SROBA). Gedurende zijn diensttijd leerde hij P.M.R. Versteehg kennen, met wie hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zou samenwerken.
In 1920 verliet hij de militaire dienst om een functie te aanvaarden bij de firma Van den Bergh & Jurgens in Rotterdam. Van 1929 tot 1939 was hij namens deze firma bedrijfsleider van de vestiging in het Duitse Goch. Hij maakte dus van nabij de opkomst mee van het nationaalsocialisme in Duitsland. Op 30 oktober 1939 werd hij gemobiliseerd in de rang van luitenant-kolonel. In de eerste dagen van mei 1940 was hij eerst werkzaam bij de Inspectie der Artillerie; vanaf 12 mei 1940 kwam hij terecht bij het Artillerie Commando Vesting Holland, waarvan het hoofdkwartier in Den Haag was gevestigd. Op 30 mei 1940 werd hij gedemobiliseerd.
Westerveld was in zijn woonplaats Den Haag via de politicus Hendrik Colijn in contact gekomen met andere voor-
aanstaande politici, waarbij hij vooral een nauwe band kreeg met de socialist Koos Vorrink. In de zomer van 1940 voerde de gedemobiliseerde Westerveld met verschillende personen overleg over de vorming van een militaire organisatie, die zou moeten optreden zodra de Duitsers weer zouden zijn vertrokken. In die situatie moest deze organisatie ervoor zorgen dat er geen chaos ontstond en dus de orde bewaken. De deelnemers aan de gesprekken hadden nog de optimistische verwachting dat de oorlog slechts van korte duur zou zijn en de Duitsers weer zouden vertrekken. Westerveld was één van de oprichters van deze Ordedienst en zou er de grote organisator van worden. Westerveld aanvaardde per 1 september 1940 een hoge functie bij Unilever in Rotterdam, wat hem de perfecte dekmantel gaf om zich met allerlei verzetsactiviteiten bezig te houden. Daarbij kwam hij weer in contact met jhr. W.Roëll, de oud-commandant veldleger en luitenant-generaal b.d., die tegelijkertijd plannen had iets tegen de Duitsers te ondernemen. Roëll was van mening dat de vorming van zo'n organisatie het beste strak van bovenaf geregeld moest worden. Omdat hij zelf door de Duitsers goed in de gaten werd gehouden, vroeg hij Westerveld de verdere uitwerking van zijn ruwe opzet op zich te nemen. Westerveld nam deze taak van chef-staf van de Ordedienst op zich, waarbij hij Roëll bleef beschouwen als de commandant van de Ordedienst. Vanaf dat moment zorgde Westerveld voor de opzet van de militaire verzetsorganisatie. Roëll werd in oktober 1940 gearresteerd en als 'Indisch gijzelaar' overgebracht naar Buchenwald. Westerveld onderhield alle contacten met de politieke leiders, geheel volgens de gebruikelijke mores binnen een parlementaire democratie dat een militair apparaat niet heersend maar dienend moet zijn.

Westerveld ging voortvarend van start. Om de Ordedienst van de grond te krijgen, schakelde hij allerlei leiding-
gevende figuren in uit de Bijzonder Vrijwillige Landstorm (een leger van bewapende burgers ter ondersteuning van het reguliere leger) en de Amsterdamse Burgerwacht (ook bewapende burgers, in 1918 gevormd om op te treden tegen 'revolutionaire woelingen'). Daarnaast wist hij die niet-militairen voor zijn zaak te winnen, namelijk de Utrechtse CNV-bestuurder H. van As, de fabrieksdirecteur G.H.J. Rooze uit Haarlem en de Amsterdammer
L.C. Vervooren, een raadgevend ingenieur voor commerciële bedrijven en reserve-kapitein bij de Burgerwacht. Bij de werving ging hij subtiel te werk. Tegen leden van de Ordedienst op een lager niveau schermde hij vooral met het feit dat de Ordedienst vooralsnog niks zou ondernemen en pas in actie zou komen tot de Duitsers vertrokken waren. Tegen mensen die hoger in de organisatie stonden, liet hij echter weten dat het wel degelijk het doel was om met een geselecteerde groep strijd tegen de bezetter te gaan voeren. Daartoe moeten dan wapendepots worden aangelegd en moesten inlichtingen- en spionagegroepen worden samengesteld. Ook diende de Ordedienst te beschikken over uitstekende verbindingen met de Nederlandse regering in ballingschap in Londen.

In juni 1941 werden de gelederen versterkt door de fusie van de Ordedienst met het Legioen Oud-frontstrijders (LOF), een paramilitaire verzetsgroep die direct na de capitulatie van 14 mei 1940 was opgericht door T.W. de Tourton Bruyns, inspecteur der Domeinen te Amsterdam. Andere betrokken personen waren onder meer Johan Ate van Heerde, Berend ten Bosch en George Jambroes. Deze militaire verzetsorganisatie stelde zich ten doel het vormen van een ondergronds leger, dat te zijner tijd ter beschikking gesteld zou worden van de geallieerden. In tegenstelling tot de Ordedienst wilden zij wel overgaan tot daadwerkelijk verzet en gewapende actie. De Arnhemse groep van het LOF gaf het illegale blad 'Verboden Arnhemsche Krant' uit, dat vanaf 1 augustus 1941 tot en met 1 maart 1942 in Arnhem werd uitgegeven. Het blad verscheen maandelijks in een oplage tussen de 200 en 300 exemplaren. Het werd gestencild en de inhoud bestond voornamelijk uit algemene artikelen en binnenlandse berichten. Als gevolg van deze fusie nam de Ordedienst de doelstelling van de LOF over, namelijk verdrijving van de Duitsers.

Op 3 april 1941 was reserve-kolonel Johan Westerveld echter al gearresteerd. Na zijn arrestatie werd hij overge-
bracht naar de gevangenis in Scheveningen, het Oranjehotel. Van 5 september 1941 to 12 maart 1942 werden gearresteerde leven van de Ordedienst van Scheveningen naar kamp Amersfoort gebracht in afwachting van hun berechting. Onder hen was generaal-majoor (bd) Jan Wesseling, die op 26 januari 1942 in Amersfoort aan de ont-
beringen overleed. Op 12 maart 1942 begon in Amersfoort het Eerste OD-proces, wat tijdens de bezetting het grootste proces tegen een illegale organisatie zou worden, een proces met het hoogste aantal doodvonnissen. De zittingen van het Kriegsgericht vonden plaats in paviljoen De Hooge Witte tegenover het Berghotel. Westerveld werd daarbij beschouwd als de 'Landleiter' van de Ordedienst. Op 11 april 1942 werden zeventig van de 'groep Westerveld' ter dood veroordeeld en in vrachtauto's naar de gevangenis van de Wehrmacht in Utrecht gebracht. Daar werden 63 vonnissen bekrachtigd. Ze werden op 1 mei 1942 per trein naar Oranienburg, ten noorden van Berlijn, vervoerd en van daaruit overgebracht naar Sachsenhausen. Op 3 mei 1942 werden de 63 man in groepjes van vijftien man gefusilleerd. Van de andere zeven werd het vonnis omgezet in levenslang tuchthuisstraf.

Johan Westerveld werd op 7 mei 1946 postuum onderscheiden met het Verzetskruis 1940-1945 (KB Nr.17). Daarnaast werd hij onderscheiden met het Mobilisatiekruis 1914-1918 en het Officierskruis XV.

Informatie uit:
wikipedia
muizenest.nl

Verhaal insturen

U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.

Inloggen

Foto insturen

U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.

Inloggen

Wijzigingen doorgeven

U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.

Inloggen

Een andere gevangene zoeken