Persoonsgegevens
| Voornaam | Mien |
| Initialen | W. |
| Achternaam | Fase-Treur |
| Geslacht | Vrouw |
| Leeftijd | 29 |
| Beroep | Huisvrouw |
| Woonplaats | Alphen aan den Rijn |
| Geboren | 2 april 1912 in Waddinxveen |
| Overleden | 28 september 2003 in Alphen aan den Rijn |
| Reden arrestatie | Activiteiten als Jehovagetuige |
| Gearresteerd in | Boskoop |
| Gearresteerd op | 9 november 1941 |
Oranjehotel
| Datum in Oranjehotel | 9 november 1941 |
| Vervolg | Via Utrecht, Kleef en Karlsbad naar Ravensbrück. Daarna naar Wolitnis (Polen, bij Koningsbergen). In mei 1945 is ze door de Sovjets bevrijd. |
| Bijzonderheden | Ze heeft in het Oranjehotel haar naam op een zakdoek geborduurd. (zie vitrines). |
Categorieën
Vervolgden Jehovah's getuigenA. Baars
Oorlogsbronnen
Weber EP, 'Gedenkboek van het Oranjehotel'
Arolsen Archives
Piersma T. 'Getrouw aan hun geloof'
Ingezonden verhalen over Wilhelmina Fase-Treur
Wilhelmina (Mien) Treur werd op 2 april 1912 geboren in Waddinxveen. Ze trouwde in 1934 met meubelmaker Marinus Nicolaas (Rien) Fase en woonde in Alphen aan den Rijn aan de van Boetzelaarstraat 7a. Mien en haar man waren Jehova’s Getuigen en werden om die reden door de Nazi’s met argwaan bekeken en vaak gearresteerd.
Jehova’s Getuigen wilden namelijk niet in militaire dienst of meewerken aan de oorlogsindustrie. In mei 1940 werd de Vereeniging van Bijbelvorschers, waarin Jehova's Getuigen zich hadden verenigd, verboden, maar velen van hen bleven bijeenkomsten organiseren en prediken. Rien Fase werd zelfs contactman voor het werk van de Getuigen dat nu ‘ondergronds’ werd voortgezet.
Dat betekende dat Rien heimelijk contact hield met de rondreizende ‘zonedienaar’ (ouderling die toezicht hield op het werk van de Getuigen in enkele provincies). Via deze zonedienaar ontvingen de plaatselijke Getuigen belangrijke instructies met betrekking tot de prediking die nu onopvallend doorgevoerd moest worden.
Eén van die instructies was gebaseerd op wat Jezus had gezegd, zoals opgetekend in Mattheüs hoofdstuk 10, vers 16: “Ik zend u uit als schapen te midden van wolven; geeft er daarom blijk van zo omzichtig als slangen en toch zo onschuldig als duiven te zijn.”
Mien werkte hierin samen met haar echtgenoot gedurende de bezettingsjaren, door individuele personen te bezoeken met de boodschap uit de Bijbel. Zij bezocht ook de verboden wekelijkse bijeenkomsten van de Getuigen. Zo ook op 9 november 1941 bij de familie Dirk Van Klaveren te Boskoop.
Helaas bleek deze bijeenkomst verraden te zijn en samen met alle aanwezigen werd ook Mien gearresteerd. Rien paste thuis op de kinderen en ontsprong deze keer de dans, maar even later werd ook hij gearresteerd.
Gearresteerde Jehova’s Getuigen kregen de mogelijkheid een zogeheten afzweringsverklaring te tekenen, maar als ze trouw wilden blijven aan hun God, betekende dit gevangenschap.
Allereerst kwam Mien terecht in de Scheveningse gevangenis waarna zij in augustus 1942 via Utrecht, Kleef en Karlsbad terechtkwam in het Frauenlager Ravensbrück op 14 augustus 1942, samen met een groep van 17 vrouwen uit Nederland, waaronder twee andere Jehova’s Getuigen. Mien droeg in Ravensbrueck kampnummer 13065 en zij werd geplaatst in barak 12 bij een grote groep vrouwelijke Getuigen die uit wel 6 nationaliteiten bestond.
Mien vertelde later dat haar geloofszusters zelfs hier heimelijk Bijbelse bijeenkomsten hielden zoals de jaarlijkse herdenking van Jezus’ dood. Er werd ook tot andere gevangenen gepredikt wat ertoe leidde dat sommigen van hen in één van de grote etensketels van de kampkeuken werden gedoopt.
Aan het eind van haar gevangen tijd werd Mien tewerk gesteld op buitencommando Wolitnis in Polen, nabij Koningsbergen. Op deze boerderij verbeterde haar levensomstandigheden enigszins, en zo heeft zij na 1180 dagen gevangenschap haar deportatie naar Duitsland en Polen overleefd, toen zij door de Sovjets in mei 1945 werd bevrijd.
Rien werd de eerste keer op 10 november 1941 gearresteerd maar hij werd na enkele weken vrijgelaten. Hij hervatte zijn ondergrondse activiteiten en werd op 13 maart 1943 in zijn huis aan de Van Boetzelaarstraat een tweede keer gearresteerd. Gelukkig werd hij in augustus van dat jaar weer vrijgelaten en opnieuw zette hij zijn activiteiten voort. Tijdens zijn gevangenschap werden de kinderen door familieleden opgevangen.
Mien en Rien overleefden de bezettingsjaren en hebben tot op hoge leeftijd hun werk als Getuigen in de omgeving van Alphen aan de Rijn kunnen voortzetten.
In 1948 werden een politieagent uit Alphen aan den Rijn en zijn dochter veroordeeld door het Bijzonder Gerechtshof wegens het verraden van Jehova’s Getuigen onder andere in Boskoop. Mien Fase-Treur overleed op 91-jarige leeftijd in Alphen aan den Rijn.
In totaal heeft Joost van 40 vrouwelijke Jehova's Getuigen de naam kunnen achterhalen. Van hen zijn er 23 naar Ravensbrück gedeporteerd en zeven omgekomen, vaak in Auschwitz. Sommige van hen werden vrijgelaten en daarna weer gevangengezet.
Uit: Geschiedenis van Zuid-Holland en Archief Goudse Politie, Expositie ‘Religieus verzet WO II’, en ‘Getrouw aan hun geloof’ van Tineke Piersma.
Verhaal insturen
U dient ingelogd te zijn om een verhaal in te sturen.
Account / aanmelden
Foto insturen
U dient ingelogd te zijn om een foto in te sturen.
Account / aanmelden
Wijzigingen doorgeven
U dient ingelogd te zijn om een wijziging/opmerking te versturen.
Account / aanmelden

